Emotie als medicijn

Dit verhaal is gepubliceerd in het tijdschrift voor voedingsgeneeskunde november 2018

VG2018-5-columnAnnemarie


Je bent prachtig om te zien, blond lang haar, klein van postuur en een aanstekelijke lach. Je hebt je zaken goed op orde, een leuke baan, een man en schatten van kinderen. Anderen noemen jou een geslaagd mens. Je kan rekenen op jaloerse blikken. 

Doorbijten is je motto. Als je moe bent, dan zet je jezelf daaroverheen. En als je lichaam schreeuwt om rust, dan is dat onhandig. Gelukkig gaat dit na 4 bakken koffie over. De trein van het leven dendert onverbiddelijk door. 

Je wordt regelmatig verkouden maar daar kun je wat voor nemen, je bent na een paar weken weer de oude. Je hebt het druk, erg druk maar dat hoort bij het leven. En zeg nou zelf; ‘wie niet?!’ 

Het verleden heb je achter je gelaten, en het gaat je boven verwachting goed af.

Als je geraakt wordt door verdriet, door iets dat gebeurt, dan zeg je tegen jezelf; stel je niet zo aan. Gewoon verder gaan met waar je mee bezig bent. Dus dat doe je en dat gaat prima. Je bent verbaasd dat het bij anderen zo moeizaam gaat.

Maar dan ben je rond de veertig en uit het niets is daar pijn. Het begint eerst in je rug, maar daarna ook in je hoofd en in je handen. Je schrikt en denkt aan hernia, migraine en reuma! Maar de dokter kan steeds niks vinden… Dat is vreemd, want je hebt toch serieuze klachten. De dokter vraagt ook of je psychische problemen hebt; maar daar kan je jezelf niet in herkennen.

Na een paar weken heb je nog steeds last van je lijf. De klachten nemen toe. Je begint je nu toch echt zorgen te maken. De klachten worden almaar erger. Dat baart je nog meer zorgen en je denkt ook aan zeldzame aandoeningen.

In paniek bel je naar de dokter, dat je echt gezien moet worden door een specialist, dat het zo niet langer kan! Dit herhaalt zich een aantal keer, maar geen specialist kan wat vinden. Ze schrijven pijnmedicatie voor en geven aan dat je rust moest nemen en vragen of je stress ervaart. 

Je bent boos op de dokter, het systeem! Hoe kunnen ze nou niks vinden? Maar denkt ook: hoe kom ik nou van m’n pijn af? M’n lijf schreeuwt toch dat er iets aan de hand is? Je voelt je alleen en ellendig. 

Ondertussen kan je niet werken, zit je thuis op de bank en begin je je ook daadwerkelijk somber te voelen. Door de pijn heb ik nu psychische klachten, bedenk je! En je vloekt. Dit gaat jaren zo door; de klachten nemen niet af. Je wilt weten wat er aan de hand is! Maar er komt geen duidelijk antwoord.

Dan is daar ineens een sprankje hoop. Een therapeut, die zegt jouw klachten te begrijpen. Je kan het eerst niet geloven; hoezo kan deze man verklaren wat dokters niet kunnen. Maar je leest de verhalen, en die zijn veelbelovend. 

Dan betreed je met ogen vol wanhoop, pijn en vergeten verdriet zijn behandelkamer.

Hij legt uit, ziet hoe de emoties je spieren en gewrichten muurvast hebben gezet. Legt nogmaals uit hoe lichaam en geest een samenspel vormen.

De therapeut onderzoekt en ziet meer dan je perfectie, kijkt daar doorheen. Waarbij anderen je op een voetstuk plaatsen, ontdekt hij ook jouw kwetsbaarheid. Hij begeleidt, stuurt en faciliteert. Je vertrouwt en laat je controle los.

Je leert weer luisteren naar je lichaam en realiseert je dat je haar hebt behandeld als een machine. Je zegt dat je vergeten bent hoe je moet huilen, dat je niet durft. Bang dat de sluizen nooit meer dicht zullen gaan. Durf het verdriet weer te voelen, zegt de therapeut. Je weet dat dit een kans is op genezing. 

Is er geen andere manier, vraag je. Maar je weet het antwoord al; die heb je de afgelopen jaren allemaal al geprobeerd; diazepam, paracetamol, naproxen, tramadol. Dat hielp even, maar de pijn sloeg er gewoon doorheen.

Zachtjes komt daar je eerste traan. Adrenaline stroomt over je wang. Je schouders ontspannen en je slaagt een diepe zucht.