De drama-driehoek

Je meldt je bij de spoed eisende hulp voor een foto. Je hand, steunend op je andere arm, ziet er vreemd blauw paarsig uit. Tegen de aardige verpleegster vertel je dat je gevallen bent. Je ziet in haar licht blauwe ogen dat ze je gelooft. Dan stuurt ze je richting de röntgen afdeling.

Je ziet ook geen reden waarom ze je niet zou geloven. Je ziet er lang, mager en bijna meisjesachtig uit. Iedereen vind je een aardige en eerlijk overkomende man. Net de 40 gepasseerd. Volgens je date historie ‘te aardig’. Je hebt vaak genoeg in je leven gehoord dat je meer als een broertje of vriend voelde. Behalve bij haar. Zij wilde wel met je samenzijn.

De laatste tijd moest je vaak aan haar denken. Je wist wel dat het niet goed afgerond was maar ze kwam nu geregeld langs in je gedachten. Te vaak. En gisteren stond ze ineens heel dichtbij, zeer onverwachts. Bij de kassa van de supermarkt. Ze had een mooie gele winterjas aan met een bruine sjaal. Haar haar was goed gekapt en ze zag er even charmant uit als altijd. Naast haar stond een nieuwe man, goed gekleed en stevig van postuur.

Toen je haar zo gisteren zag, schrok je. Je twijfelde even wat te doen. En terwijl je twijfelde was het moment al voorbij. Ze liepen naar links terwijl jij stilstond bij de bloemen.

Herinneringen van toen en wat als, flitste door je hoofd. Een steek van jaloezie. Zij samen. Zou ze nu gelukkig zijn? Jij nog steeds mislukt en alleen. De drama driehoek die vroeger was, zij als helper en jij opnieuw als slachtoffer. Je voelde je boos en onmachtig.

Je was naar huis gefietst. En liep toen te ijsberen door je eigen appartement, die veel te klein was naar jouw smaak. Ook dat frustreerde je. Je kan niet eens een normaal huis betalen! Wat ben je nou voor een mislukkeling! Nare gedachtes gingen door je hoofd, die het niet verzachtten.

Je kon de slaap niet vatten en woelde heen en weer. De boosheid was er niet minder op geworden. Toen had je je rechterhand tegen de muur geslagen. BAM! Het was een harde en pijnlijke slag. Het was de eerste keer dat je zo’n fysieke reactie van boosheid had, maar het voelde wonderbaarlijk goed. Eindelijk niet alleen slachtoffer maar ook dader. Je eigen driehoek. De pijn leek de emoties wat tot rust te brengen. Nu voelde je alleen nog maar deze bonzende pijn in je rechter hand. 

Er komt een jonge dokter naar je toe en vertelt dat je een lelijke breuk hebt. Hij noemt het een ‘boxers fractuur’ en zegt dat je pech hebt gehad. ‘een lelijke val’ noemt hij het. Zijn glimlach is alleraardigst.

Als je de jonge dokter zo voor je ziet, grinnik je van binnen. Hij vertegenwoordigd jouw droombeeld. Sterk, intelligent, sympathiek en mannelijk. Maar hij kan je niet meer deren, hij weet niet hoeveel kracht jij bezit. Je bedankt hem voor zijn uitleg.

Je was er gewoon nog niet klaar voor, voor dat perfecte leven die zij zo voor ogen had. Dat gebeuren waarin zij zo volmaakt leek te zijn. Je voelde je alles behalve perfect. Je was eerst zo blij dat juist ZIJ voor JOU koos. Die blijheid maakte plaats voor twijfel, voor jaloezie en angst. Je begon steeds meer te eisen en te controleren. Je zag hoe je haar leeg trok. Je wilde niet meer de jongen zijn, die je in haar ogen zag. Jaloers en uitputtend. Een zielig figuur. Plotseling en vrij abrupt rukte je je los van haar.

Om jezelf terug te vinden. Om je weer sterk te voelen en vrij.

Je weet dat je haar veel pijn hebt gedaan. Dit heb je van horen zeggen. Van vriendinnen van haar die je smeekte terug te gaan en het uit te leggen. Dat het allemaal wel mee viel met hoe erg je de dingen opvatte. Je luisterde niet. In plaats daarvan vloog je voor een paar maanden naar Zuid Amerika. Toen je terugkwam heb je haar daarna eigenlijk nooit meer durven zien. Totdat je haar gisteren tegenkwam. Met een nieuwe man.

Je krijgt te horen dat je nog even moet wachten tot de gipskamer aan de slag gaat. Je knikt en drinkt het laatste restje lauwe koffie uit het plastic bekertje op.

Ergens gun je jezelf ook dat perfecte leven. Maar je kan het niet. Dat weet je zelf ook wel. Als je terug was gegaan had je haar nooit kunnen geven, wat ze nodig heeft. Wat jezelf nodig hebt. Weet je zelf eigenlijk al wat je nodig hebt om gelukkig te worden? 

Je daad van boosheid voel je kloppen in je hand. De pijn is heftig. Met je elleboog druk je op het rode knopje en de verpleegster komt eraan. Je vraagt om pijnstilling en een glaasje water. Ze geeft je een shot morfine en wat later komt ze met een glaasje water aanzetten, met een rietje. Deze rol past goed bij je. Afhankelijk en verzorgd worden. De morfine doet langzaam z’n werking en zachtjes suf je weg in de roes.