De verwijzing

Je zit met pijnlijke knieën in de wachtkamer van de huisarts. Het enige wat je er komt doen is een verwijzing naar de leefstijlcoach. Je denkt namelijk dat die knie klachten best eens met je gewicht te maken kunnen hebben. En wat begeleiding hierin kan je wel gebruiken.

Je vroeg de assistente gisteren deze snel te schrijven, maar dat mocht niet. Je moest daar speciaal een afspraak maken voor op het spreekuur.

Het is vol. De ene patiënt na de andere wordt binnen geroepen en je ziet de jonge arts met rode konen rondlopen. Geen tijd voor koffie of thee.

Deze jonge huisarts ken je nog niet. Je eigen huisarts is, weer eens, op vakantie. Je hebt het idee dat die man altijd weg is als je hem nodig hebt.

Gelukkig komt de assistente met een koekje en wat thee binnenlopen als je eindelijk, na een half uur gewacht te hebben, de spreekkamer in strompelt. De thee neemt de huisarts graag aan. Het koekje laat ze liggen.

Je gestrompel, of wellicht het langzame tempo, lijkt de vriendelijk ogende huisarts te irriteren. je ziet het in de kleine onrustige bewegingen in haar handen. Haar lichaam kan niet verbergen wat ze van binnen voelt.

Ze doet haar best haar aandacht op mijn verhaal te focussen. De rust in haar lijf herstelt.

Je gaat van start.

Toch merk je dat haar aandacht niet geheel bij je verhaal is. Had ze een spoedgeval, moeilijke patiënt of gewoon een drukke dag gehad? Je kan er enkel naar raden. Vragen durf je dat niet. Ondanks dat ze zeker twee keer jonger is dan jij en je gewend bent een team te leiden. In een spreekkamer verander je in een jongen van twaalf.

Met snelle halen tikt ze op het toetsenbord terwijl ze af en toe naar je kijkt en af en toe naar haar beeldscherm. Je vraagt je af of ze hier vaker waarneemt. Ze ziet er moe uit.

Na je halve verhaal mag je naar de onderzoeksbank lopen en als je wat klungelt met je veters zie je haar handen opnieuw bewegen. De onrust voel je in de kamer hangen. Je doet je best om sneller te zijn, maar haar handen helpen niet mee.

Je weet dat de huisartsen het druk hebben, je leest het in alle kranten. Burn out, meer en meer administratie, ziekenhuizen die omvallen, taakverschuivingen en allerlei POH’s erbij, die ook om begeleiding vragen.

Je weet het. Maar soms wil je een consult. Voor een geruststellende blik, een vriendelijk woord en een diagnose of verwijzing. Ditmaal dus die verwijzing.

Je wilt graag gehoord worden, hierin. Maar hoe kan deze arts jouw verhaal horen als ze zichzelf niet eens verstaat?

Je twijfelt wanneer je er over begint, ze is bezig met het onderzoek van je knieën en je wilt haar niet storen. Zal ze er tijd voor hebben? Zie je haar handen straks weer onrustig bewegen en haar irritatie oplopen?

Nu de leefstijlcoach in het basispakket is terecht gekomen hoor je verschillende geluiden. Welk type zal ze zijn?

De ene huisarts zegt dat wandelclubjes en afslankcursussen niet in het pakket van taken van de huisarts behoort. Deze wilt weer dokteren en bezig zijn met ziekten. Dit snap je niet zo goed. Ziekte en gezondheid hebben elkaar toch nodig? Net als Yin-Yang, zwart-wit en warm en koud niet kunnen bestaan zonder het andere.

De andere huisarts betoogt dat stoppen met roken en afvallen bij de huisarts thuishoort. Deze artsen vinden het vreemd om af te wachten op ziekten terwijl er interventies zijn om te voorkomen. En hier kan je je meer in vinden. Want ook jij bent als patiënt voor preventie. Je hoopt dat je zelf niet te laat bent gekomen; dat je knieën niet al te versleten zijn.

Andere artsen hoor je over een leefstijlarts specialisme? Artsen die de huisartsen ondersteunen in hun drukke takenpakket van zowel preventie als genezen als palliatie. Je leest dat er een aantal artsen, waaronder een cardioloog, zich hier hard voor maken. Wellicht niet eens zo’n gek idee als je nu kijkt hoe druk het spreekuur is.

Terwijl je dit zo overpeinst zit je ondertussen weer tegenover de huisarts achter het bureau. Ze geeft aan dat de knieën overbelast zijn en dat je overgewicht daar mee te maken kan hebben. Je vermoeden wordt bevestigd.

Je vraagt dan of je verwezen kan worden naar een leefstijlcoach. De vraag die al vanaf het begin op het puntje van je tong lag. Ze geeft aan dat het maximaal aantal doorverwijzingen al vorige week is geweest. Haar schuldgevoel is voelbaar.

De praktijk mag niet nog meer mensen doorverwijzen. En je voelt de teleurstelling bij jezelf. Je was gekomen voor die verwijzing.

Ze vertelt over een andere optie. Je komt namelijk wel in aanmerking voor een maagverkleining.

Kosten maagverkleining paar duizend euro en kosten leefstijlcoach paar honderd euro. Je snapt er niks van.

Je kijkt naar beneden naar je opgezwollen knieën en je te zware buik. Afgelopen jaren is het niet gelukt om af te vallen. Je wilt wel, maar het lukt niet. Zal je dan toch maar voor de verwijzing naar de chirurg gaan?

Dan sta je weer buiten in de frisse lucht. Het is inmiddels een uur later dan je gekomen was. Je kijkt naar de envelop in je hand.  Je bent weer een verwijzing rijker maar een illusie armer.

De drama-driehoek

Je meldt je bij de spoed eisende hulp voor een foto. Je hand, steunend op je andere arm, ziet er vreemd blauw paarsig uit. Tegen de aardige verpleegster vertel je dat je gevallen bent. Je ziet in haar licht blauwe ogen dat ze je gelooft. Dan stuurt ze je richting de röntgen afdeling.

Je ziet ook geen reden waarom ze je niet zou geloven. Je ziet er lang, mager en bijna meisjesachtig uit. Iedereen vind je een aardige en eerlijk overkomende man. Net de 40 gepasseerd. Volgens je date historie ‘te aardig’. Je hebt vaak genoeg in je leven gehoord dat je meer als een broertje of vriend voelde. Behalve bij haar. Zij wilde wel met je samenzijn.

De laatste tijd moest je vaak aan haar denken. Je wist wel dat het niet goed afgerond was maar ze kwam nu geregeld langs in je gedachten. Te vaak. En gisteren stond ze ineens heel dichtbij, zeer onverwachts. Bij de kassa van de supermarkt. Ze had een mooie gele winterjas aan met een bruine sjaal. Haar haar was goed gekapt en ze zag er even charmant uit als altijd. Naast haar stond een nieuwe man, goed gekleed en stevig van postuur.

Toen je haar zo gisteren zag, schrok je. Je twijfelde even wat te doen. En terwijl je twijfelde was het moment al voorbij. Ze liepen naar links terwijl jij stilstond bij de bloemen.

Herinneringen van toen en wat als, flitste door je hoofd. Een steek van jaloezie. Zij samen. Zou ze nu gelukkig zijn? Jij nog steeds mislukt en alleen. De drama driehoek die vroeger was, zij als helper en jij opnieuw als slachtoffer. Je voelde je boos en onmachtig.

Je was naar huis gefietst. En liep toen te ijsberen door je eigen appartement, die veel te klein was naar jouw smaak. Ook dat frustreerde je. Je kan niet eens een normaal huis betalen! Wat ben je nou voor een mislukkeling! Nare gedachtes gingen door je hoofd, die het niet verzachtten.

Je kon de slaap niet vatten en woelde heen en weer. De boosheid was er niet minder op geworden. Toen had je je rechterhand tegen de muur geslagen. BAM! Het was een harde en pijnlijke slag. Het was de eerste keer dat je zo’n fysieke reactie van boosheid had, maar het voelde wonderbaarlijk goed. Eindelijk niet alleen slachtoffer maar ook dader. Je eigen driehoek. De pijn leek de emoties wat tot rust te brengen. Nu voelde je alleen nog maar deze bonzende pijn in je rechter hand. 

Er komt een jonge dokter naar je toe en vertelt dat je een lelijke breuk hebt. Hij noemt het een ‘boxers fractuur’ en zegt dat je pech hebt gehad. ‘een lelijke val’ noemt hij het. Zijn glimlach is alleraardigst.

Als je de jonge dokter zo voor je ziet, grinnik je van binnen. Hij vertegenwoordigd jouw droombeeld. Sterk, intelligent, sympathiek en mannelijk. Maar hij kan je niet meer deren, hij weet niet hoeveel kracht jij bezit. Je bedankt hem voor zijn uitleg.

Je was er gewoon nog niet klaar voor, voor dat perfecte leven die zij zo voor ogen had. Dat gebeuren waarin zij zo volmaakt leek te zijn. Je voelde je alles behalve perfect. Je was eerst zo blij dat juist ZIJ voor JOU koos. Die blijheid maakte plaats voor twijfel, voor jaloezie en angst. Je begon steeds meer te eisen en te controleren. Je zag hoe je haar leeg trok. Je wilde niet meer de jongen zijn, die je in haar ogen zag. Jaloers en uitputtend. Een zielig figuur. Plotseling en vrij abrupt rukte je je los van haar.

Om jezelf terug te vinden. Om je weer sterk te voelen en vrij.

Je weet dat je haar veel pijn hebt gedaan. Dit heb je van horen zeggen. Van vriendinnen van haar die je smeekte terug te gaan en het uit te leggen. Dat het allemaal wel mee viel met hoe erg je de dingen opvatte. Je luisterde niet. In plaats daarvan vloog je voor een paar maanden naar Zuid Amerika. Toen je terugkwam heb je haar daarna eigenlijk nooit meer durven zien. Totdat je haar gisteren tegenkwam. Met een nieuwe man.

Je krijgt te horen dat je nog even moet wachten tot de gipskamer aan de slag gaat. Je knikt en drinkt het laatste restje lauwe koffie uit het plastic bekertje op.

Ergens gun je jezelf ook dat perfecte leven. Maar je kan het niet. Dat weet je zelf ook wel. Als je terug was gegaan had je haar nooit kunnen geven, wat ze nodig heeft. Wat jezelf nodig hebt. Weet je zelf eigenlijk al wat je nodig hebt om gelukkig te worden? 

Je daad van boosheid voel je kloppen in je hand. De pijn is heftig. Met je elleboog druk je op het rode knopje en de verpleegster komt eraan. Je vraagt om pijnstilling en een glaasje water. Ze geeft je een shot morfine en wat later komt ze met een glaasje water aanzetten, met een rietje. Deze rol past goed bij je. Afhankelijk en verzorgd worden. De morfine doet langzaam z’n werking en zachtjes suf je weg in de roes.

Zomers gedachtespinsel

Deze zomer was prachtig weer in Nederland. Het weer wat we ons koude regenachtige kikkerlandje al jaren toewensten.

Zon overgoten, geen regen en echt zwem-weer.  De Costa del Sol op Zandvoort.

Echter bij zo’n (tijdelijke) klimaatverandering zie je ook goed de nadelen van deze jarenlange wens: Ik heb Nederland nog nooit zo dor gezien en nog nooit zoveel mensen gehoord die klaagden over de warmte. Daarbij was deze hitte niet goed voor onze gewassen.

Een wens blijkt anders dan de realiteit. In een wens zie je vaak vooral de voordelen; pas in de realiteit komen de nadelen naar boven en de voordelen van geen verandering.

Zo ook met eigen wensen om te veranderen. Zie je ook de nadelen? En de voordelen van niet veranderen?

Pas dan weet je of het de realiteit is wat je wilt.

Emotie als medicijn

Dit verhaal is gepubliceerd in het tijdschrift voor voedingsgeneeskunde november 2018

VG2018-5-columnAnnemarie


Je bent prachtig om te zien, blond lang haar, klein van postuur en een aanstekelijke lach. Je hebt je zaken goed op orde, een leuke baan, een man en schatten van kinderen. Anderen noemen jou een geslaagd mens. Je kan rekenen op jaloerse blikken. 

Doorbijten is je motto. Als je moe bent, dan zet je jezelf daaroverheen. En als je lichaam schreeuwt om rust, dan is dat onhandig. Gelukkig gaat dit na 4 bakken koffie over. De trein van het leven dendert onverbiddelijk door. 

Je wordt regelmatig verkouden maar daar kun je wat voor nemen, je bent na een paar weken weer de oude. Je hebt het druk, erg druk maar dat hoort bij het leven. En zeg nou zelf; ‘wie niet?!’ 

Het verleden heb je achter je gelaten, en het gaat je boven verwachting goed af.

Als je geraakt wordt door verdriet, door iets dat gebeurt, dan zeg je tegen jezelf; stel je niet zo aan. Gewoon verder gaan met waar je mee bezig bent. Dus dat doe je en dat gaat prima. Je bent verbaasd dat het bij anderen zo moeizaam gaat.

Maar dan ben je rond de veertig en uit het niets is daar pijn. Het begint eerst in je rug, maar daarna ook in je hoofd en in je handen. Je schrikt en denkt aan hernia, migraine en reuma! Maar de dokter kan steeds niks vinden… Dat is vreemd, want je hebt toch serieuze klachten. De dokter vraagt ook of je psychische problemen hebt; maar daar kan je jezelf niet in herkennen.

Na een paar weken heb je nog steeds last van je lijf. De klachten nemen toe. Je begint je nu toch echt zorgen te maken. De klachten worden almaar erger. Dat baart je nog meer zorgen en je denkt ook aan zeldzame aandoeningen.

In paniek bel je naar de dokter, dat je echt gezien moet worden door een specialist, dat het zo niet langer kan! Dit herhaalt zich een aantal keer, maar geen specialist kan wat vinden. Ze schrijven pijnmedicatie voor en geven aan dat je rust moest nemen en vragen of je stress ervaart. 

Je bent boos op de dokter, het systeem! Hoe kunnen ze nou niks vinden? Maar denkt ook: hoe kom ik nou van m’n pijn af? M’n lijf schreeuwt toch dat er iets aan de hand is? Je voelt je alleen en ellendig. 

Ondertussen kan je niet werken, zit je thuis op de bank en begin je je ook daadwerkelijk somber te voelen. Door de pijn heb ik nu psychische klachten, bedenk je! En je vloekt. Dit gaat jaren zo door; de klachten nemen niet af. Je wilt weten wat er aan de hand is! Maar er komt geen duidelijk antwoord.

Dan is daar ineens een sprankje hoop. Een therapeut, die zegt jouw klachten te begrijpen. Je kan het eerst niet geloven; hoezo kan deze man verklaren wat dokters niet kunnen. Maar je leest de verhalen, en die zijn veelbelovend. 

Dan betreed je met ogen vol wanhoop, pijn en vergeten verdriet zijn behandelkamer.

Hij legt uit, ziet hoe de emoties je spieren en gewrichten muurvast hebben gezet. Legt nogmaals uit hoe lichaam en geest een samenspel vormen.

De therapeut onderzoekt en ziet meer dan je perfectie, kijkt daar doorheen. Waarbij anderen je op een voetstuk plaatsen, ontdekt hij ook jouw kwetsbaarheid. Hij begeleidt, stuurt en faciliteert. Je vertrouwt en laat je controle los.

Je leert weer luisteren naar je lichaam en realiseert je dat je haar hebt behandeld als een machine. Je zegt dat je vergeten bent hoe je moet huilen, dat je niet durft. Bang dat de sluizen nooit meer dicht zullen gaan. Durf het verdriet weer te voelen, zegt de therapeut. Je weet dat dit een kans is op genezing. 

Is er geen andere manier, vraag je. Maar je weet het antwoord al; die heb je de afgelopen jaren allemaal al geprobeerd; diazepam, paracetamol, naproxen, tramadol. Dat hielp even, maar de pijn sloeg er gewoon doorheen.

Zachtjes komt daar je eerste traan. Adrenaline stroomt over je wang. Je schouders ontspannen en je slaagt een diepe zucht. 

5 minuten

Je gaat zitten en kijkt me aan, een scheve glimlach op je gezicht. Je mond lacht, je ogen doen niet mee. Je zegt alles te willen en bijna alles te hebben. Een carrière, mooi huis, veel vrienden, drie kinderen en je wilt ook gelukkig zijn. 

Alleen dat laatste bezit je nog niet terwijl de tijd je ontglipt. Een paar grijze haren heb je ontdekt toen je in de spiegel keek en dat was de druppel.

Nu zit je hier en je huilt. Waarom lukt het iedereen wel om gelukkig te zijn, zelfs met minder dan wat jij hebt? Wat is er van je geworden? Je trekt bijna de paar grijze haren, die je bezit, uit je hoofd. 

Het leven als een schaakspel en ineens sta je schaakmat, klem, reddeloos verloren. Het doel allang bereikt of er te ver vandaan gedreven. Van alles hebben moet je weer terug naar de basis. Naar wat is het dat jou gelukkig maakt? 

5 minuten zeg je. 5 minuten per dag. Als het me al zou lukken minimaal 5 minuten per dag alleen te zijn, niet te zorgen voor anderen en dat alles even mag zijn. Alles verwerken van wat er die dag is gebeurd. Dat zou me al gelukkig maken. 

Het effect van deze 5 simpele minuten. Is het werkelijk zo simpel?

Wat heb jij nodig om gelukkig(er) te zijn? 

Luisteren naar de eenzame gedachtes

Laatst kwam er een jonge vrouw op mijn spreekuur die vroeg om advies. Het ging niet zo goed met haar oudere zus.
Ze wilde weten hoe wij, huisartsen, zo iemand als haar zus zouden kunnen helpen.

Haar zus deed haar best, zo zei ze. Maar het wilde maar niet vlotten. Zij gaf goede raad, haar zus nam haar in vertrouwen en haar man leek wel uitgestreden.
Elke week hadden ze contact, elke week leek het met ups en downs wel te gaan. Maar toch ook weer niet.
De vrouw maakte zich erge zorgen, er was ook gesproken over zelfmoord.

Haar zus had een gezin, een man die de juiste woorden niet kon vinden en een mooi huis op een verkeerde lokatie. Die zus had het gevoel dat zij haarzelf onderweg was verloren.

Mijn advies was om, hoe menselijk ook, geen advies te geven. Er simpelweg voor haar te zijn. Zonder oordeel. Hoewel dat niet simpel is.
Laat die nare gedachtes er ook maar zijn, ze moeten juist gedeeld worden. Om het gevoel van eenzaamheid te doorbreken.
Want eenzaam zijn ze, die gedachtes over de dood.
Echt luisteren, het sleutelwoord. Geen goede raad, geen anekdotes over je eigen leven. Door te luisteren leer je begrijpen en door begrijpen deel je de onmacht.

Wellicht komt haar zus zo weer te weten waar ze zichzelf heeft achtergelaten…

Hormonen en stress

Hormonen hebben een zeer nauwgezet regelsysteem die door veel factoren zowel negatief als positief kunnen worden beïnvloed. Ik wil het nu met name over het stress systeem hebben. Het stress systeem is 1 van de belangrijkste systemen die onder invloed staat van hormonen.

Wij mensen zijn gebouwd voor kortdurende stress periodes en dan is dit systeem bijzonder effectief; bij bedreigende situaties kunnen we namelijk direct handelen. De hartslag gaat omhoog, de spieren spannen zich aan, we gaan sneller ademen, we starten te zweten en het spijsverteringsorgaan gaat op een laag pitje. Ook wordt de werking van insuline geremd waardoor opgeslagen eiwit en vetten worden omgezet in snel bruikbare energie zoals glucose. Hormonen die we niet direct nodig hebben om te kunnen overleven worden geremd; waaronder de geslachtshormonen.

Samenvattend zorgt stress ervoor dat de lichaamsfuncties die zorgen voor directe overleving voor gaan op de lichaamsfuncties die te maken hebben met groei en voortplanting; het immuunsysteem en de functies voor voorplanting worden afgeremd.

Als de stressfactor verdwijnt normaliseert het systeem weer. Echter wij mensen zijn niet gebouwd voor langdurige stress. Chronische stress kan leiden tot onomkeerbare verstoringen van de balans en heeft ook fysieke ziekte tot gevolg.

We zien in de huidige maatschappij steeds meer dat het moeilijk is om ‘uit’ te schakelen, wat kan leiden tot een stress systeem wat continue aanstaat en een lichaam wat niet meer toekomt aan herstel.

Een aantal voorbeelden:

Door het stresssysteem (adrenaline) gaat de bloeddruk omhoog (je hebt deze nodig om in actie te komen), maar als dit te lang duurt beschadigt de vaatwand. Ook de hoeveelheid cholesterol is verhoogd ten tijde van stress. Deze combinatie kan leiden tot aderverkalking.

Door een ander stresshormoon genaamd cortisol wordt het immuunsysteem beïnvloed. In tijden van nood heb je al je energie nodig om te overleven, maar als dit langer aanhoudt kan dit tot gevolg hebben dat je afweer wordt verstoord en neemt de kans op infecties en ontstekingen toe.

Daarnaast werkt cortisol remmend op insuline waardoor de hoeveelheid glucose in het bloed stijgt, de eetlust wordt gestimuleerd (wie kent de behoeftes aan suikers niet, tijdens een drukke/stressvolle dag) en vet zich in de buikstreek met name gaat ophopen.

In tijden van stress wordt spierweefsel omgezet in glucose, ontregelt de vrouwelijke cyclus, wondjes helen slechter en er wordt vocht vastgehouden.

Ook in de hersenen kan een boel ontregeld raken door de stresshormonen: verstoord slaappatroon, overgevoeligheid voor impulsen van de zintuigen, het geheugen vermindert; mensen met langdurige stress kunnen het gevoel ervaren plotseling ‘alzheimer’ gekregen te hebben.

Als je als mens een combinatie van al deze klachten hebt; kan dat zeer goed te maken hebben met een overactief stress-systeem. Iets wat in onze huidige maatschappij niet ondenkbaar is.

Mocht je nog meer willen lezen over het stress systeem en het risico op burn-out:

Lees verder in het nieuwe boek van hoogleraar psychiatrie Witte Hoogendijk en journaliste Wilma de Rek: ‘Van big bang tot burn-out’.

De kreeft en zijn schild

Hoe groeit een kreeft?

De kreeft heeft een harde schild. Als de schild te klein wordt voelt hij zich oncomfortabel. Hij kan niet verder meer groeien. Dan zoekt de kreeft een rustige plek en breekt zijn schild zodat hij weer een nieuw schild kan aanmaken. Zo groeit de kreeft telkens weer opnieuw.

Vaak wordt deze metafoor gebruikt voor de groei in slechte tijden; momenten van burn-out en depressie. Er zijn slechte tijden ‘nodig’ om te kunnen groeien en dit kan alleen gebeuren in momenten van ruimte en rust.

Wees net als de kreeft op het moment dat je je oncomfortabel voelt en geen ruimte voelt om te groeien. Zoek een rustige plek, neem meer ruimte en ontdek je nieuwe koers.

De jonge arts achter het bureau

Het boek Slow, een wereldwijde revolutie van Carl Honore, gaat over wat er gebeurd als we zouden vertragen. Met name het hoofdstuk over artsen en geduld sprak me aan omdat ik dit als een groot probleem zie in onze gezondheidszorg en ook zelf aan den lijve ervaar. Ik ben zelf soms met grote tegenzin die jonge arts aan dat bureau…

Zie dit fragment uit het boek:

‘Als mijn naam wordt geroepen en ik ben opgestaan, brengt een verpleegkundige me naar de spreekkamer, waar een jonge arts achter een bureau zit te wachten. De moed zinkt me in de schoenen. Alles aan hem, inclusief de koffievlek op zijn das, straalt maar 1 ding uit; Schiet op!

Na een gemompelde begroeting begint hij me meteen gehaast te ondervragen. Waar hebt u pijn? Wanneer is de pijn begonnen? Wanneer hebt u er last van? Hij wilt snelle, korte antwoorden. Als ik wat dieper op de zaken wil ingaan, valt hij me in de rede en herhaalt hij zijn vraag op dwingende toon. Het is duidelijk: het klikt niet tussen ons. Ik wil een compleet beeld schetsen van mijn blessure – waarom ik andere trainingen ben gaan doen, hoe de pijn zich heeft ontwikkeld, de invloed van pijnstillers en bepaalde bewegingen, het effect van mijn houding-  maar Mr. Hurry wil zo snel mogelijk de vragen van zijn lijstje strepen en naar huis.

Tijdens het korte bezoek van mijn been kijkt hij op zijn horloge – twee keer.

Als hij de oorzaak van de pijn niet kan ontdekken, raadt hij me aan pijnstillers te blijven gebruiken. Verder schrijft hij een MRI-scan en een bloedtest voor. Ik heb meer vragen, maar mijn tijd is op. Als ik de spreekkamer verlaat, lijd ik ernstig aan consultus interruptus.’

Arts of patient, vele zullen dit gevoel herkennen. Artsen staan onder druk en stralen dit ook uit. Helaas voor hen voelt de patient dit ook en voelt zich niet serieus genomen. De antwoorden of de geruststellende woorden zijn hiermee niet voldoende. Ze willen/nee eisen een verwijzing of aanvullend onderzoek en/of genezing. Door tijdgebrek is het moeilijk om begrijpbaar uit te leggen waarom dat niet nodig of haalbaar is.

We denken efficient te handelen door zo’n 5-6 patienten per uur te zien; maar uiteindelijk lopen we continue achter de feiten aan; we hebben te kort tijd de gehad om echt te begrijpen wat er aan de hand is, we doen aanvullend onderzoek waar vaak niks uitkomt tot frustratie van de patient (want door het eigen risico moet hij deze zelf betalen en heeft hij nog geen antwoord op zijn vraag wat er aan de hand is) en het resulteert in nog een consult waarbij mogelijk een verwijzing naar een specialist volgt.

Onze medische cultuur is zeer goed in acute problematiek, snelle oplossingen en handelingen. Helaas hebben onze patienten ook heel vaak te maken met complexere problemen; hierbij wordt de ‘echte’ oplossing niet zo 1-2-3 gevonden.

Vergeten stilte

Welkom in Nederland, een Westers land vol mogelijkheden. We zijn een vermogend land vol kansen. De meeste van ons kunnen ons luxe veroorloven; een weekendje weg, een vakantie, een mooie auto/iphone/laptop/huis, een diner in een restaurant….

Het is maandag 7.00, de wekker gaat. De week is weer begonnen; terwijl je de foto’s van afgelopen weekend post op je facebook pagina, check je ook meteen je mail. Je hebt geen tijd meer voor het ontbijt waardoor je koffie en een croissant haalt op het pompstation om in je auto de file in te rijden. Na een (te) lange rit in de auto kom je aan op je werk; je kijkt nu al weer uit naar het volgende weekend, en je hoort van je collega’s hetzelfde. De hele ochtend ben je bezig met het wegwerken van je mails, de rest van de dag besteed je aan vergaderingen en daarna probeer je nog wat van je eigen taken af te maken. Je probeert de dag door te komen maar een klein stemmetje zegt: ‘Is dit alles?’ ‘Ik heb toch alles, waarom voel ik me dan zo eenzaam en somber?’.  Deze gedachtes probeer je snel van je af te zetten; het zou de winter wel zijn. Om je gedachte wat af te leiden kijk je nogmaals op facebook om te kijken of er al likes zijn gekomen op de leuke foto’s van afgelopen weekend. Met een glimlach zie je dat veel mensen het leuk vonden en je reageert met een bericht. Voor je het weet is het vijf uur, stap je weer in je auto in de file op weg naar huis. Daar wacht de boodschappen, eten koken, de kinderen naar bed brengen en je man (die ook moe is van zijn werk). De tv gaat aan en om 22.00 stap je je bed weer in….

Terwijl we alles hebben, lijken we een heel belangrijk element steeds vaker te vergeten: rust. Werk en rust zijn complementaire grootheden maar rust wordt al gauw gezien als iets oninteressants. We zien stress en overwerk als een bewijs van ambitie en succes. Met de zin hoe het met je gaat: ‘goed, erg druk’, laat je zien hoe succesvol je bent; je hebt een drukke baan, een druk sociaal leven en geen tijd om te relaxen -> in de ogen van onze samenleving ben je daarmee een geslaagd mens.

Helaas voelen we ons vaak niet zo en betalen we er met zijn allen een grote prijs voor. Want overbelasting leidt tot fouten en maakt ons geen betere of gelukkigere mede-mensen. Door continue ‘aan’ te staan lijkt het op de korte termijn wel zo dat je veel voor elkaar krijgt maar op de lange termijn wordt je minder productief (wat resulteert in vaker doelloos facebook checken, whats app berichten versturen en mails doorlopen of doelloos tv kijken).  Na een paar maanden beland je in een fase waarbij je zowel je fysieke als je geestelijke gezondheid geweld aandoet. Denk aan klachten van gewrichten/spieren, gevoel van moeheid, onrust, langdurig aanhoudende infecties/verkoudheden, duizeligheid, hartkloppingen, reflux. Je lichaam geeft steeds meer signalen af dat het rust nodig heeft. Stress geeft ruimte aan angst, angst biedt ruimte aan depressie.

Rust helpt goed om beter te luisteren naar jezelf; waar sta ik? wat wil ik? Ook zorgt het voor creativiteit. Niet voor niets worden de beste dingen bedacht tijdens een wandeling, een weekje weg of ergens waar je de gedachtes de vrije loop kan laten gaan. Het is goed om stil te staan bij welke koers je wilt varen, of je nog steeds het leven leidt wat bij je past.

Laten we dus meer ‘lummelen’ ‘rommelen’ of zoals ze in Suriname zeggen: ‘wandelen’.  Neem de rust en vrije tijd om jezelf in staat te stellen het werk te doen wat je wilt doen. Uiteindelijk worden we er allemaal productiever en energieker van!

origineel

  • 1
  • 2